|
Het Financiële Canvas
|
||||||||
|
Bedrijfsvoering en financiën ● Rekenmodel Kwaliteitszorg |
Het rekenmodel voor het schema van interne en externe toelevering |
'
Handleiding voor een flexibel rekenmodel Deze pagina beschrijft hoe het rekenmodel, dat voor vrijwel iedere complexe organisatie van groot belang is, op een praktische manier kan worden opgebouwd. ● De opbouw van afzonderlijke overzichten op spreadsheets. ● De opbouw van het totale rekenmodel. Deze pagina is bedoeld voor personen die
zelf voor een complexe organisatie een rekenmodel willen opstellen. Uitgangspunten ▪ Niveaus Het schema van interne en externe toelevering bestaat uit een aantal niveaus ( zie de niveaus A1 tot en met A6 in het onderstaande overzicht). ▪ Ieder niveau een aparte bedrijfsvoering Ieder niveau wordt beschouwd als een aparte bedrijfsvoering. Voor ieder niveau worden financiële overzichten gemaakt (meestal kostenverdeelstaten genoemd). ▪ Wie zijn de afnemers Voor ieder niveau zijn alleen alle bovenliggende bedrijfsactiviteiten en de klanten de mogelijke afnemers. ▪ Basis onder het model Een flexibel rekenmodel voor een complexe bedrijfsvoering is het gemakkelijkst op te bouwen uit een aantal aan elkaar gekoppelde spreadsheets. Hieronder worden ze als aparte overzichten beschreven. In Excel 2007 heeft een blad meer dan 16000 kolommen en een miljoen rijen. De hieronder genoemde overzichten kunnen op enkele bladen worden geplaatst. Het is dan wel noodzakelijk om met navigatieknoppen (macro's) te werken, anders vindt u de overzichten niet meer terug. De opbouw van afzonderlijke overzichten op spreadsheets
De hier beschreven werkwijze is in de praktijk ontwikkeld en doelmatig gebleken: 1. Basisindeling Gebruik in alle rekenbladen exact dezelfde basisindeling.
Verberg rijen en kolommen die niet in gebruik zijn met een macro. 2. Navigatieknoppen Het is doelmatig om rekenbladen gemakkelijk terug te kunnen vinden via navigatieknoppen die aan macro's zijn gekoppeld. Plaats alle knoppen op een apart rekenblad.
3. Indeling in blokken Deel de spreadsheet in blokken van 1000 rijen en 1000 kolommen (256 kolommen in oudere versies.) Geef duidelijk aan wat de functies van de blokken zijn.
Bijvoorbeeld: 4. Gescheiden ruimte voor invoer en berekeningen Het is doelmatig om in de rekenbladen de rijen 10
t/m 999 standaard voor invoer van gegevens te gebruiken en de rijen 1010 t/m 1999,
2010 t/m 2999, etc. voor het maken van berekeningen. 5. Ruimte voor benamingen van bedrijfsactiviteiten en producten / diensten Gebruik rij 6 voor de benamingen van bedrijfsactiviteiten en producten of diensten. Zorg voor clustering per niveau. Het is praktisch om te beginnen met de activiteiten van het onderste niveau (niveau A6 in het overzicht). Deze benamingen plaatst u in de cellen K6, L6, M6, etc. Horizontaal plaatst u vervolgens systematisch alle bedrijfsactiviteiten en helemaal rechts komen de producten en diensten. Houdt per niveau enkele kolommen leeg om later te kunnen gebruiken. 6. Ruimte voor benamingen van kostenposten, e.d. Gebruik kolom 6 voor de benamingen van kostenposten, activa posten, personeelsleden, etc. 7. Ruimte voor totalen en ingevoerde geldbedragen Gebruik de kolommen 7, 8 en 9 en de rijen 10, 1010, 2010, etc. voor totalen en ingevoerde bedragen. 8. Ruimte voor invoer van verdeelsleutels Gebruik de cellen vanaf K11 naar rechts en naar beneden voor het invoeren van verdeelsleutels. 9. Ruimte voor berekeningen In de cellen vanaf K1011 naar rechts en naar beneden komen berekende bedragen te staan. Hetzelfde geldt voor de cellen K2011, K3011, etc. Plaats nooit grote hoeveelheden formules in de spreadsheets. Gebruik de rijen 1002, 1003, 2002, 2003, 3002, etc. voor het definiëren van formules, die met een macro worden gekopieerd naar de juiste plaatsen en die vervolgens met dezelfde macro in dezecellen in waarden worden omgezet. 10. Linker bovenhoek Gebruik de velden A1:I9, A1001:I1009, etc. alleen voor tekst. 11. Overzichten leesbaar maken Verberg rijen en kolommen (met een macro) die niet in gebruik zijn. De opbouw van het totale rekenmodel Fase 1: Inventarisatie van uitgaven en investeringen ▪ Rekenbladen maken Maak 3 invoer- en rekenbladen voor de
gehele onderneming volgens het bovenstaande principe. Deze bladen zijn voor: ▪ Grootheden inventariseren Inventariseer voor het gehele bedrijf alle uitgaven voor personeel, alle overige uitgaven en alle aanwezige investeringen, inclusief afschrijftermijnen en rentepercentages.. Bepaal voor alle bedragen voor welke bedrijfsactiviteiten, producten en diensten ze worden gebruikt. Dit levert overzichten met bedragen en verdeelsleutels op zoals in de bovenstaande verdeelstaat. Vul de drie verdeelstaten met de gegevens. ▪ Grootheden en bedragen invoeren
Bepaal voor het gehele bedrijf per activiteit, product en dienst de verdeelde bedragen
voor: uitgaven voor
personeel, overige uitgaven, investeringen, afschrijvingen en
bedrijfseconomische renten. Fase 2: Inventarisatie van verdeelsleutels voor bedrijfsactiviteiten ▪ Invoerbladen verdeelsleutels bedrijfsactiviteiten Maak invoerbladen voor de alle verdeelsleutels voor de bedrijfsactiviteiten volgens het bovenstaande principe. Hier wordt uitgegaan van de organisatie met zes niveaus uit het bovenstaande overzicht:
▪ Onderste niveau.
▪ Overige niveaus. ▪ Accuraat werken Fase 2 is de kritische activiteit, waar in de praktijk te weinig aandacht aan wordt besteed. Het is de feitelijke vertaling van de bedrijfsvoering in het 'spoorboekje' voor geld- en waardestromen. Fase 3: Verdelen van bedragen van activiteiten over bovenliggende activiteiten en producten / diensten ▪ Het eigenlijke rekenmodel
Fase 3 is de meest omvangrijke en routinematige activiteit bij het
opstellen van het rekenmodel. Het bestaat uit het opbouwen van vijf rekenbladen
per niveau (of één rekenblad per niveau met vijf gebieden van 1000 kolommen).
Als één rekenblad goed is opgezet kunnen alle andere bladen ervan worden
afgeleid. Deze rekenbladen dienen voor
het verdelen van: ▪ Uitleg opbouw verdeelstaten 1. Stel dat niveau A6 uit het bovenstaande overzicht bestaat uit gebouwenbeheer, informatievoorziening en personeelszaken. Gebruik dan in de vijf rekenbladen voor niveau A6 de rijen 1 t/m 1000 voor gegevens verzamelen, de rijen 1001 t/m 2000 voor gebouwenbeheer, de rijen 2001 t/m 3000 voor informatievoorziening en de rijen 3001 t/m 4000 voor personeelszaken. Dit werkt doelmatig bij het opzetten van de gewenste macro's. 2. Bepaal de formules voor het verdelen van de betreffende bedragen en plaats deze formules in de rijen 1002, 2002, 3002. 3. Ontwerp de macro's voor het kopiëren van deze formules naar de betreffende cellen en het vervangen van de gekopieerde formules door waarden. Hiermee wordt het toebedelen van bedragen aan de bedrijfsactiviteiten in de bovenliggende niveaus en de klanten uitgevoerd. Het is de kunst om de rekenbladen uit deze fase 3 te verbergen en met macro's alleen naar voren te halen als ze in gebruik zijn. Hierdoor blijft het totale rekenmodel overzichtelijk. Fase 4: De output van het rekenmodel opbouwen ▪ De rekenbladen van fase 3 leveren
de uiteindelijke managementinformatie. De informatie die uit het bovenste niveau
A1 naar voren komt, levert bijvoorbeeld informatie voor het onderstaande
overzicht:
|
||||||
|
InnoCost, InnoKost, WaardeConcept en Interne en externe toelevering vallen onder het auteursrecht van InnoCost / Van der Heem Bedrijfsadvies InnoCost en Van der Heem Hemmen zijn merken van Van der Heem Bedrijfsadvies Handelsregster: 05 06 54 33 ◊ BTW-nummer: 0679.14.068.B.03 ◊ BBIE:860495 |
||||||||